Waarom, wat en hoe?

Waarom is werken met leefstijlen zo belangrijk geworden?

Na de tweede wereldoorlog hadden de Europese steden te kampen met zo'n enorme woningschaarste dat de nadruk lag op kwantiteit, massaproductie. Vanaf het moment dat in deze kwantitatieve nood grotendeels was voorzien, ontstond er een grote behoefte aan kwaliteit. We zijn verschoven van ‘iedereen een huis’ naar ‘iedereen zijn huis’. Individuele behoeften zijn in de woningmarkt belangrijker geworden dan standaardaanbod.

Sinds het einde van de jaren '90 is het niet langer voldoende om alleen te werken met doelgroepen op basis van traditionele indicatoren als inkomen, herkomst en leeftijd. De samenleving is zo welvarend geworden dat grote groepen het recht eisen om individuele keuzes te maken op grond van persoonlijke voorkeuren. De traditionele maatschappelijke ‘constraints en controls' zijn versleten. Menselijk gedrag wordt minder en minder bepaald door herkomst, geloof, beroep en tradities; persoonlijke smaak wordt steeds meer de bepalende factor.

Omdat smaak een plek heeft gekregen naast kwantitatieve behoeftes , zijn leefstijlen opgekomen naast doelgroepen . Leefstijlen als zodanig zijn niet nieuw, die hebben altijd al bestaan. Wel is nieuw dat leefstijl als bepaler van gedrag meer los is komen te staan van demografische en socio-economische factoren dan vroeger.

Voordelen van het werken met leefstijlen

De leefstijlbenadering heeft groter voordelen bij stedelijke vernieuwingsprojecten:

Beleidsmakers krijgen beter grip op de vraag.
Denken in termen van leefstijlen leidt tot een integrale aanpak.
De benadering maakt een goed midden mogelijk tussen massaproductie voor doelgroepen en hyperindividualisering.

Het doel van de leefstijlbenadering is niet om ‘ideale' gemeenschappen te creëren, maar om begrip te krijgen van het werkelijke gedragspatronen van inwonersgroepen.